Door een omslachtig OV-netwerk en de ontoereikende buslijn 40 vermijden stagezoekers massaal de industrie in Staphorst. Met de beperkte aanwas van talent slinkt ook het aantal studenten dat na het leertraject blijft hangen als volwaardige medewerker. ‘Wij hebben serieus overwogen om naar Zwolle te vertrekken.
Geschreven door: Thomas Bruggeman – 14 april 2025
Het is 7:33 als Job* (18) het gebouw van R-Vent aan de H.G. Zwerusstraat naar binnen haast. De Zwolse student technicus engineering aan het Deltion College had eigenlijk al ruim drie minuten aan het werk moeten zijn. Om op zijn stageplek te komen moet hij eerst een hele wereldreis maken: van zijn studentenkamer naar station Zwolle fietsen, met de trein naar Meppel, dan met de bus naar Staphorst en tot slot nog een stuk lopen. Een reis die hem een uur kost. ‘Als ik voor 7:30 op mijn werk wil zijn, moet ik om 5:15 mijn bed uit. Gelukkig vindt mijn stagebegeleider het niet erg dat ik een paar minuutjes later ben.’
Tijdens zijn stage sleutelt hij aan robotonderdelen voor de producent van ventilatie- en luchtbehandelingssystemen. Het liefst had hij helemaal niet in Staphorst gezeten, maar door het beperkte aanbod van stageplekken in de wereld van robotica, werd hij noodgedwongen door school gekoppeld aan het bedrijf in Staphorst. Dat levert hem elke dag minstens twee uur reistijd op.
De beruchte buslijn 40 is al geruime tijd een pijnpunt in de gemeente. De route van de lijn is al decennialang niet gewijzigd waardoor de bus bijvoorbeeld niet over het industriegebied rijdt. Bovendien is er ook het één en ander aan te merken op de punctualiteit van de vervoerder. ‘Hij is of 3 minuten te vroeg, of een kwartier te laat, of hij komt helemaal niet’, aldus Job. ‘Het openbaar vervoer is echt verschrikkelijk.’
Daarom zoekt het leeuwendeel van de studenten een plekje dichterbij huis. En dat heeft een impact op de industrie in Staphorst. ‘Ondernemers missen vooral een kweekvijver van jong talent’, zegt Hendrik Bloemert, voorzitter van ondernemersvereniging ICC en eigenaar van Bloemert IT. ‘Dat komt omdat wij vooral moeten vissen in de regio Zwolle. In de maakindustrie valt het probleem nog wel mee, maar in de dienstverlenende sector is de beperkte toestroom een groot probleem aan het worden.’
‘Het is gewoon echt moeilijk om aan goede stagiairs te komen’, vertelt Eline Roo van Rollecate. Met een personeelsbestand van ongeveer 500 mensen waarvan er 200 actief zijn in Staphorst biedt het bedrijf in samenwerking met Gevelbeheer Nederland jaarlijks tientallen stageplekken aan. ‘Alleen al op de locatie in Staphorst bij Rollecate hebben we een stuk of tien stageplekken openstaan — die lang niet altijd worden opgevuld. Voor de productiemedewerkers valt het nog wel mee. Maar als je kijkt naar functies voor HR of marketing dan zien wij dat studenten of niet bij ons solliciteren of uiteindelijk het arbeidscontract niet tekenen.’
Als ondernemer ondervindt Bloemert dit ook in zijn eigen praktijk. ‘Van de tien stageplekken die ik vorig jaar heb aangeboden, zijn er uiteindelijk maar twee vervuld.’ Als hij op stagemarkten op de Hogeschool Windesheim en het Deltion College actief studenten probeert te werven, hoort hij vaak dat studenten zijn bedrijf hartstikke leuk vinden, maar dat ze ondertussen ook hun vizier hebben op een alternatief in Zwolle. ‘Ja, uiteindelijk kiest die student toch voor dat bedrijf in de buurt. We zijn verder helemaal gelijkwaardig, maar dat andere bedrijf is beter bereikbaar.’
Stagiairs zijn toekomstige werknemers en dat realiseert Bloemert zich als geen ander. ‘Ik durf wel te stellen dat een derde van onze huidige werknemers ooit bij ons als student is binnengekomen. Het is voor ons een mooie invulling om studenten vanuit de stage door te laten groeien van een uitvoerende naar een managementfunctie binnen het bedrijf.’
Door actief met stagiairs en werknemers mee te denken, probeert hij ze alsnog te verleiden. ‘We kijken bijvoorbeeld of ze thuis kunnen werken, met iemand mee kunnen rijden of naar soepelere werktijden.’ Om goed in beeld te blijven bij scholieren onderhoudt Rollecate juist veel contact met scholen en universiteiten. ‘Zo geven wij gastcolleges en bieden we rondleidingen in onze fabriek aan’, benadrukt Roo.
De problematiek rondom het openbaar vervoer reikt verder dan de moeilijkheden om stagiairs te werven. ‘Het is niet meer vanzelfsprekend dat iedereen over een auto beschikt; zeker als je gewend bent om in de stad te wonen waar het vaak goed geregeld is. Dus het is ook gewoon lastig om überhaupt personeel aan te trekken’, aldus Bloemert.
Zelf heeft hij ooit serieus overwogen om met zijn bedrijf te verkassen naar Zwolle. ‘Wat mij uiteindelijk heeft tegengehouden is dat Zwolle dan weer voor de mensen met de auto minder goed bereikbaar is.’ Vanuit zijn functie als voorzitter van de ondernemersvereniging weet hij dat er momenteel bedrijven zijn die overwegen om Staphorst te verlaten. ‘Die kan ik alleen niet met naam en toenaam noemen.’
‘Ik verwacht ook dat het probleem alleen maar erger wordt’, aldus Roo. Onze werknemers zijn steeds meer hoogopgeleiden op het gebied van data. Dat zijn jongens die vooral in of rond de stad wonen en daarom geen auto hebben. Zij zijn meer aangewezen op het openbaar vervoer.’
Oplossingen
‘Ik snap heel goed dat bedrijven klagen dat ze geen stagiairs kunnen krijgen, omdat ze gewoon letterlijk onbereikbaar zijn’, vertelt wethouder Herriët Brinkman. ‘Wij hebben hier alleen maar lijn 40, die hobbelt en bobbelt over de Oude Rijksweg in Rouveen, maar doet de bedrijventerreinen niet aan.’
Met de mogelijke komst van een mobiliteitshub bij de Lichtmis kan de industrie in Staphorst in potentie worden aangesloten op buslijn 40. Al is dat niet vandaag op morgen realiseerbaar. ‘Onderzoeken lijken er nu wel op te wijzen dat er mogelijkheden zijn om het bedrijventerrein aan te haken op het OV. Alleen houdt mobiliteit niet op bij een gemeentegrens. Daar heb je de provincie, andere gemeenten, en het rijk voor nodig. Dat maakt het zo vreselijk ingewikkeld. Maar wij strijden voor onze ondernemers’, aldus wethouder Brinkman.
Bovendien wil de gemeente samen met andere gemeenten een regioplan indienen om meer deelfietsmogelijkheden te realiseren. ‘Dit is niet de ultieme oplossing, maar het laat wel zien dat je met elkaar in het positieve bezig bent om de bereikbaarheid te vergroten. Het spanningsveld is dat als je een regiodeal aanvraagt je daar gezamenlijk met andere gemeenten over uit moet zijn. Dus dan praat je wel over 2027 voordat er iets gebeurt’, aldus Brinkman.
Maar hoe zijn Bloemert en Roo het beste geholpen? ‘Door de busverbinding wat vaker te laten rijden en de route wat groter te maken’, aldus Bloemert. ‘Een verbeterde busverbinding in combinatie met deelfietsen zal ons al enorm helpen. Al zou een treinstation optimaal zijn, maar dat is wellicht nog een station te ver’, grapt Roo.
Inmiddels is Job klaar met zijn stage en moet hij weer vaker naar school toe. ‘Een treinstation in Staphorst was voor mij perfect geweest.
Al met al ben ik blij dat mijn stage erop zit.’
*De achternaam van Job is bekend bij de redactie